X
GO
nl-BEfr-FR
Y-virus

Y-virus

Algemene beschrijving

jeudi 20 décembre 2012

Algemeen

Het aardappel Y virus (PVY) is één van de belangrijkste virussen in aardappelen omdat het gemakkelijk verspreid wordt en grote opbrengstdervingen kan veroorzaken. Het Y virus en het bladrolvirus zijn samen de voornaamste oorzaken geweest van wat vroeger de degeneratie van de aardappel werd genoemd. Het virus kent verschillende stamgroepen die wijd verspreid voorkomen. Naast de van oudsher bekende stamgroepen van het virus, het oude Y virus (Yo), het stippelstreepvirus (Yc) en het nieuwe Y virus (Yn), komen de laatste tijd ook nieuwe stammen voor. De twee meest bekende zijn Yntn en YnWilga.Behalve symptomen in het loof en productieverlies kunnen alle stammen van Y virus in daarvoor gevoelige rassen door knolnecrose ook een negatief effect hebben op de kwaliteit van de knollen.

 

Aantastingsbeeld

Welke symptomen verschijnen en welke kwantitatieve en kwalitatieve effecten die tot gevolg hebben voor de opbrengst, hangt af van de combinatie van aardappelras en virusstam. De loofsymptomen zijn hieronder per virusstam beschreven.

 

Symptomen in het loof

Yo virus

Stammen van het Y- virus veroorzaken meestal krinkel en in sommige rassen stippelstreep.
Bij een primair zieke plant door het Yo virus kan het eerst geïnfecteerde (vaak het bovenste) blad verdorren en vervolgens afvallen of aan de stengel blijven hangen. Als dit vroeg in het seizoen gebeurt en de plant groeit nog enige tijd door, dan treft dit lot de oudste bladeren.

 

De meest ernstige vorm van secundaire aantasting door Yo virus staat als krinkel bekend. Krinkel is gekenmerkt door een aantal symptomen. De planten vertonen groeiremming en zijn gedrongen en bros. Het blad is vlekkerig, misvormd en opbollend tussen de nerven. Dit laatste doordat het bladmoes tussen de nerven sterker groeit dan de nerven zelf. Vaak zijn de blaadjes kleiner en naar beneden omgebogen, en ze zijn bros. Daarnaast komt necrose voor in de vorm van necrotische streepjes, die meestal in of rond de bladnerven, soms op de bladstelen of op de stengel (stippelstreep) en vlekjes tussen de bladnerven; De bladeren vallen af, de onderste eerste. Alleen aan de top blijven nog enkele blaadjes over. 

 

Yc virus

Stammen van dit virus komen o.a. voor in de teeltgebieden van Europa. Zowel primaire als secundaire symptomen van Yc virusstammen kunnen voor de verschillende aardappelrassen sterk uiteenlopen.
Na infectie met Yc virus reageren veel aardappelrassen als primair symptoom met necrotische vlekjes en stipjes, die aan weerszijden van het blad zichtbaar zijn. Ook kunnen er necrotische streepjes verschijnen in of rond de bladnerven, soms ook op de bladstelen en op de stengel (stippelstreep). Dikwijls leidt dit symptoom van de ziekte tot het snel afsterven van de plant. Een aantal rassen reageert met een zwak tot duidelijk mozaïek; Mozaïek en krinkel zijn de meest bekende symptomen. Rassen die bij primair ziek met mozaïek reageren, geven ook altijd mozaïek als enig secundair symptoom.
Behalve stippelstreep in het loof kunnen door deze virusaantastingen ook in de schil en dieper gelegen weefsel van de knol necrosen ontstaan.
Met uitzondering van enkel rassen die met zwak mozaïek reageren zijn in de meeste gevallen zieke planten bij het selecteren goed te herkennen, waardoor er een sterke selectiedruk tegen dit virus bestaat. 

 

Yn virus

Het Yn virus komt o.a. voor in de aardappelteeltgebieden van Europa.
Symptomen van primaire infecties met Yn virus beginnen op het eerst geïnfecteerde blad en bestaan uit chlorotische en/of necrotische kringen of vlakjes, gevolgd door diepnervigheid en een groen-lichtgele gevlektheid van de topbladeren. Een ander primair symptoom is, afhankelijk van het aardappelras, soms duidelijk en soms minder duidelijk. Het bestaat uit een meetal vaag tot zeer vaag mozaïek in het blad, iets wat meestal pas laat in het seizoen zichtbaar wordt.
Bij secundair zieke planten zijn deze symptomen over het algemeen duidelijker zichtbaar en kunnen al vroeg in het groeiseizoen verschijnen. Hoe vroeg is afhankelijk van wanneer de infectie in het voorgaande groeiseizoen heeft plaatsgevonden. Bij een door Yn virus secundair zieke plant vertonen alle bladeren een onduidelijke tot duidelijk lichte groengelige gevlektheid tussen de nerven. Bovendien kunnen de blaadjes kleiner en diepnerviger zijn dan normaal. 
Door de zwakke en daardoor slecht zichtbare symptomen die het virus in veel rassen veroorzaakt, wordt de selectie bemoeilijkt. 

 

Yntn virus

Het Yntn virus veroorzaakt de primaire symptomen zoals bij het Yn virus en daarnaast ook , afhankelijk van het ras, symptomen in de knol (oppervlakkige necrotische kringen). Op het eerste gezicht kunnen deze symptomen worden verward met die van kringerigheid. Het blijkt dat Yntn virus in staat is rassen aan te tasten die resistent of in hoge mate resistent zijn tegen het Yn virus.
De primaire symptomen zijn dezelfde als deze van het Yn virus.
De secundaire symptomen in het loof lopen uiteen van licht mozaïek tot krinkel, gepaard gaand met necrosen in het blad. Momenteel is deze stam in Nederland het belangrijkste virus en blijkt in Europa wijd verbreid voor te komen. De hevigheid van symptomen in loof en knol is afhankelijk van het ras en gerelateerd aan de temperatuur. Bij hoge temperaturen komen symptomen duidelijker naar voren.


YnWilga virus
Deze stam komt momenteel in heel West Europa voor. Afhankelijk van het ras variëren de symptomen in het loof van licht mozaïek tot hevige krinkel.

 

Schade door Y virus en complexziekten

Licht mozaïek heeft slechts een gering effect op het opbrengend vermogen van de aardappelplant. Naarmate de symptomen ernstiger worden neemt de schade toe, variërend van licht tot zwaar mozaïek tot stippelstreep en krinkel. Bij mozaïek kunnen de verliezen oplopen tot ongeveer 30%. Stippelstreep en krinkel kunnen tot opbrengstverliezen leiden van 70% en meer.

 

Complexziekten

Combinaties van Yn met Yc of Yo kwamen vroeger veel voor, evenals combinaties van het Y virus met andere virussen. Men spreekt dan van complexziekten. Alle combinaties kunnen hevige ziekteverschijnselen veroorzaken die zodanig desastreus zijn voor het gewas dat opbrengstdervingen tot meer dan 90% het gevolg zijn. De mate waarin is onder meer afhankelijk van de combinatie van virus(stam) en aardappelras.

 

Symptomen in de knol

Evenals een aantal andere virussen kunnen alle stammen van het Y-virus bij knollen uitwendige en inwendige necrosen veroorzaken. De ernst ervan wordt bepaald door de combinatie van aardappelras en virusstam, en kan variëren van niets bij resistente rassen tot zeer ernstig bij gevoelige rassen.
De eerste knolsymptomen zijn zich boven de schil verheffende boog- en bultvormige zwellingen die na verloop van tijd grotere delen van de knol kunnen bedekken.
Virus Y
Vrij kort na hun ontstaan verkleuren de onderliggende weefsels bruin. Doordat de kleur ervan door de schil schemert, kleurt deze via een roze tot kaneelbruine tint naar bruin. Gedurende dit proces en erna zakken de weefsel in meer of mindere mate in. Kenmerkend is dat zich rond deze weefsel steeds weer een boven de schil verheven rand vormt of aanwezig blijft. Deze randen kunnen op een bepaald moment tot een scherp begrensd necrotisch weefsel overgaan, waarbij symptomen ontstaan die aan kringerigheid door tabaksratelvirus doen denken. Bij doorsnijden van de knol door de lesies blijken deze eronder uit donker verkleurd, aanvankelijk vrij waterig weefsel te bestaan dat reikt van enkele millimeters tot ongeveer 1 cm diep onder de schil. De grens tussen gezond en aangetast weefsel is niet scherp maar vaag. Hierdoor is het van kringerigheid, dat scherp is begrensd, te onderscheiden. 
Virus Y

De aangetaste knollen of partijen zijn weinig kiemkrachtig. De planten zijn vaak zwak en vertonen ondermeer stengelnecrose, bladval en soms hevige krinkelsymptomen. De jong aangetaste knollen zijn zeer gevoelig voor natrot en later ook voor droogrot.

 

Levenswijze

Het Y virus heeft een uitgebreide waardplantenreeks, waartoe naast aardappel de gewassen paprika en Spaanse peper, tabak en tomaat behoren, evenals enkele sierplanten en de onkruiden bitterzoet en zwarte nachtschade.
Een groot aantal bladluissoorten kan de stammen van het aardappel Y-virus in het veld op niet persistente wijze overbrengen, waarvan de groene perzikluis de meest efficiënte is. Daarnaast wordt het virus o.a. overgebracht door de vuilboomluis, de aardappeltopluis, de bruine violenluis, de groene kortstaartluis, de zwarte bonenluis en diverse graanluizen.
Alle stammen van het Y virus kunnen ook door contact worden verspreid; o.a. met werktuigen, kleding en van plant tot plant.

 

Voorkomen/bestrijden

Bij de teelt van pootaardappelen uitgaan van hoogwaardig uitgangsmateriaal. Streef verder naar een vroeg gesloten gewas, maar gebruik niet te veel stikstof om optreden van ouderdomsresistentie niet te vertragen. Begin vroeg met selecteren, teel in virusvrije omgeving en maak zonodig gebruik van minerale oliën om vroege virusoverdracht te voorkomen. Ver wijder of vernietig het loof tijdig. Voorkom hergroei. Bij het sorteren knollen met symptomen verwijderen.
Bij de teelt van consumptieaardappelen goedgekeurd pootgoed gebruiken.

Bron: Aardappelziektenboek, A. Mulder en L.J. Turkensteen, herziene uitgave 2008
Print
Comments are only visible to subscribers.