X
GO
nl-BEfr-FR
Actuele berichten
Rijenbemesting in de praktijk

Rijenbemesting in de praktijk

Resultaten bodemstaalname begin juni

dinsdag 21 juni 2022

In kader van de operationele groep “Rijenbemesting aardappelen in de praktijk” volgen Inagro en PCA samen 6 praktijkpercelen op. Op elk van deze velden wordt een vollevelds bemesting vergeleken met bemesting in de rij.

In een nieuwsbericht begin mei informeerden we u over de verschillende bemestingsstrategieën op deze velden. De precieze invulling van de stikstofbemesting verschilt natuurlijk van perceel tot perceel en hangt o.a. af van de bemestingstechniek van de landbouwer. 

 


Organische basisbemesting

Met uitzondering van één perceel werd overal organische bemesting toegepast voor planten (goed voor ongeveer 50% van de totale N-gift). Van deze mest werd tijdens toediening een staal genomen om te analyseren op de werkelijke hoeveelheid aanwezige nutriënten. Op moment van minerale bemesting tijdens het planten was het resultaat hiervan nog niet gekend. De hoeveelheid toe te dienen minerale meststoffen werd daarom berekend aan de hand van de forfaitaire cijfers. Hierdoor blijkt achteraf dat er soms meer of net minder stikstof werd gegeven dan het advies voorschreef. Er werd gestreefd naar 100% bij de vollevelds toepassing bij planten en 100% / 70% in de rij. De werkelijke gegeven dosissen kunnen dus wel afwijken van dit opzet. Hierdoor (of omdat de teler hier zelf voor koos) lag de hoogste dosis in Zedelgem, Merchtem en Meerdonk 20 tot 30% lager dan het volledige advies (zie nieuwsbericht begin mei).


Korrelmeststof in de rij

Drie telers / loonwerkers dienden op het perceel de minerale stikstof in de rij toe onder korrelvorm (KAS 27% of Ureum 46). Toediening hiervan gebeurde ofwel met een granulaatstrooier (met grotere capaciteit) waarbij de korrels rechtstreeks in de plantvoor vallen.  Ofwel met een systeem met een fronttank (600 kg) waarbij de korrels via 2 buisjes, links en rechts bij de plantkouters worden geblazen.


Vloeibare stikstof in de rij

Op twee percelen werd de stikstof vloeibaar toegediend via regendoppen door te spuiten op het kleine rugje (tijdens het planten, net vooraleer grote ruggen worden gemaakt).
Eén teler met vooral zwaardere poldergrond dient de stikstofbemesting toe tijdens het rijenfrezen. Via een systeem met een slangenpomp op zijn rijenfrees wordt de vloeibare meststof geïnjecteerd langs 2 beitels die onder de poter loopt (± 3 à 4 cm onder de knol en 20 cm uit elkaar).


2e fractie

Na een bodemstaal in het voorjaar om een correcte inschatting te maken van de stikstofbehoefte per veld, namen we begin juni (± 6 weken na planten) een nieuw bodemstaal op elk van de verschillende bemestingstrappen per perceel. De resultaten per bodemlaag zijn hieronder in de grafiek af te lezen. 

 

Op vier van de zes percelen is er nog meer dan 200 kg N/ha aanwezig in de bodemlaag 0-60 cm. Ook op de stroken met een verlaagde basisgift bij planten blijkt er meer dan voldoende stikstof in de wortelzone aanwezig te zijn. Op die percelen moest dan ook nergens een tweede fractie worden toegediend. 
Op het perceel in Zedelgem werd bij het planten uiteindelijk minder stikstof toegediend dan het advies omdat de organische mest minder rijk was aan stikstof in vergelijking met de forfaitaire cijfers. Het advies begin juli komt ongeveer overéén met hetgeen toen minder werd bemest. 


Het perceel in Wijtschate toont minder logische resultaten. De strook in het perceel die bij planten 100% van het advies vollevelds kreeg toegediend moest in juni nog een aanzienlijke hoeveelheid stikstof extra krijgen. Na bemesting in de rij lag het extra advies een heel stuk lager. Dit was het laatst geplante perceel en er zat slechts 4 weken tussen planten en staalname begin juni. De droogte kan er hier voor gezorgd hebben dat de meststoffen nog nauwelijks gemigreerd waren met bodemvocht en dan is het nemen van een representatief grondstaal moeilijker.

Aangezien de verschillen in nitraatvoorraad begin juni bij de diverse bemestingsdosissen en toepassingsmanieren per veld beperkt bleven, zien we op dit moment visueel ook weinig of geen verschillen aan het loof. Enkel op één van de velden waar de korrelmeststof via de granulaatstrooier rechtstreeks in de plantvoor werd geplaatst waren wél visuele verschillen te zien begin juni. Op dat perceel was duidelijk de strook te zien waar bemesting in de rij werd toegepast: de gewasstand bleef daar toch iets achter zowel bij 100% als bij 70% dosis. Vermoedelijk liggen de hogere zoutconcentraties bij de meststofkorrels in combinatie met de langdurige droogte na planten hier aan de basis. Ondertussen zijn deze visuele verschillen terug uitgegroeid. Het is afwachten tot bij de oogst of dit een invloed zal hebben op de opbrengst. 
 


 

Print