X
GO
nl-BEfr-FR
Actuele berichten
Rijenbemesting in aardappelen

Rijenbemesting in aardappelen

proef 2020

maandag 15 juni 2020

Voor de aardappelteelt vormt het 6e mestactieplan een grote uitdaging. Enerzijds worden telers geconfronteerd met een dalende bemestingsruimte en anderzijds zal het areaal vanggewassen moeten toenemen. Binnen het demoproject “Aardappelen telen binnen de restricties van MAP VI” gaan Inagro, PCA en de Bodemkundige Dienst van België de komende 2 jaar dieper in op deze uitdagingen. Zo legde Inagro in april een bemestingsproef aan met de focus op fractioneren en bemesting in de rij.

 

Stikstof geven in de rij

Het nitraatresidu in het najaar ligt na de teelt van aardappelen vaak te hoog. Aardappelen springen weinig efficiënt om met de toegediende meststoffen. Dit is o.a. te wijten aan het minder ontwikkeld wortelstelsel van aardappelplanten. Zo nemen aardappelen nagenoeg geen stikstof op uit bodemlagen dieper dan 60 cm en wortels van planten uit naast elkaar gelegen rijen overlappen elkaar weinig. Bemesting in de rij waarbij de stikstof dicht bij de poters en de wortels ligt, zou de efficiëntie van de toegediende meststoffen kunnen verhogen.  

 

Stikstofbemesting opsplitsen

Door in het voorjaar bij het poten een beperkte startgift toe te dienen en vervolgens op één of meerdere momenten tijdens het groeiseizoen na te gaan of aanvullende stikstofbemesting nodig is, kan de globale nutriëntenbenutting verhoogd worden. Een te hoog N-aanbod tijdens het groeiseizoen door bijvoorbeeld een te hoge bemesting bij het planten wordt op die manier vermeden. Anderzijds is er minder risico op het uitspoelen van nitraten in het voorjaar (door hevige neerslag op een perceel met nog weinig gewas) wanneer bij het planten slechts een deel
van het advies wordt toegediend. Gericht bijsturen tijdens het groeiseizoen is vooral aan te raden op percelen met een toediening van dierlijke mest in het voorjaar en op percelen met een moeilijk te berekenen stikstofmineralisatie, alsook bij afwijkende weersomstandigheden (waar we steeds meer mee te maken krijgen).


Proefopzet

Op een praktijkperceel (zandleem) met het ras Fontane werden diverse bemestingsstrategieën aangelegd (plantdatum 25 april). Er werd geen organische bemesting op het veld gebracht. Bij elk van de toegepaste technieken zal naast de opbrengst en kwaliteit van de aardappelen ook het nitraatresidu op het einde van het groeiseizoen geëvalueerd worden.
Er werden drie varianten aangelegd met vollevelds bemesting. Enerzijds werd het volledige advies van 229 kg N toegediend bij planten (korrel). Het advies lag hoog omdat de voorgaande teelt vlas was. Anderzijds wordt ook nagegaan wat het effect is op de aardappelen indien slechts 70% van het advies wordt gegeven, namelijk 160 kg/N. Deze dosis ligt ook dicht bij de bemestingsnorm voor gebiedstype 3 in niet-zandgronden vanaf 2022. Begin juni werden grondstalen genomen om na te gaan of het nodig is om de overige 30% van het advies (of een andere dosering) nog toe te dienen. 
Het effect van rijenbemesting wordt op dit veld ook nagegaan. De dosis stikstof die bij planten werd toegediend in de rij lag op 160 kg N/ha. Deze bemesting werd gedaan met korrel (ammoniumnitraat 27%). Ook op dit deel van het perceel werd 6 weken na planten / bemesting een nieuw bodemstaal genomen. 
Eén object kreeg niks van stikstof toegediend om het belang van mineralisatie aan te tonen en hoe moeilijk het wel is om het nitraatresidu in het najaar onder controle te houden. 

 

Staalname 4 juni

Begin juni werden grondstalen genomen om na te gaan of het nodig is om op de objecten met lagere basisbemesting nog de overige 30% van het advies (of een andere dosering) toe te dienen. 
Doordat er op het perceel nauwelijks neerslag is gevallen vóór staalname begin juni konden de korrels ammoniumnitraat moeilijk oplossen. Deze zitten dus nog steeds op dezelfde plaats als bij toediening. Dit konden we o.a. vaststellen door de hoge ammoniumwaarden in enkele metingen. 
Door de droogte vormt het gewas ook minder loofmassa en we verwachten dan ook dat de totale stisktofbehoefte van het gewas dit jaar wat lager zal blijven. Het advies is dan ook om op dit moment de tweede fractie niet te geven. Van zodra er eindelijk voldoende neerslag valt, zullen de bodemstalen opnieuw genomen worden.
Bij wijze van proef zal de helft van de objecten met verlaagde basisbemesting de komende weken toch wat stikstof krijgen onder de vorm van ureum. Dit zal gebeuren in drie fracties waarbij wekelijks 12 kg N/ha via bladbemesting zal gespoten worden. 

 

Besluit

Een grondstaal nemen om na te gaan of bijbemesting nodig is, wordt doorgaans genomen 4 à 6 weken na planten/bemesting. Op dat moment verwachten we al enige opname door de planten en al iets van mineralisatie. Dit voorjaar is het echter uitzonderlijk droog waardoor er geen sprake is van mineralisatie en konden de meststofkorrels ook nauwelijks oplossen. Hopelijk valt er binnenkort neerslag van betekenis zodat de mineralisatie op gang komt en de toegediende mestkorrels oplossen. Als we te laat moeten bij bemesten , is er onvoldoende opname door het gewas en net een grotere kans op een hoger nitraatresidu in het najaar.

 

 

 

Print
Tags: