X
GO
nl-BEfr-FR
Actuele berichten
IPM in de akkerbouw

IPM in de akkerbouw

Demonstratieproject van het Departement Landbouw en Visserij

mardi 29 juin 2021

Sinds 1 januari 2014 moet elke professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen de regels rond geïntegreerde gewasbescherming (IPM) toepassen. Met de recent geformuleerde doelstellingen van de Green Deal en Farm-to-Fork worden de eisen met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelengebruik nog verder aangescherpt. Alle aandacht gaat immers uit naar een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem.

 

IPM als instrument

Geïntegreerde gewasbescherming (IPM) is het instrument bij uitstek om op een ecologische én economisch verantwoorde manier plagen, ziekten en onkruiden onder controle houden. De regelgeving is gebaseerd op 8 basisprincipes die algemeen moeten worden toegepast op alle teelten. Het gaat om (1) preventie, (2) monitoring, (3) schadedrempels, (4) voorkeur voor niet-chemische bestrijding, (5) selectieve middelen, (6) minimaal noodzakelijke dosis, (7) anti-resistentiestrategie en (8) registratie. Aan de hand van een concrete checklist kan je nagaan in hoeverre jouw bedrijf IPM-conform is. Een controleorgaan (OCI) zal tijdens de driejaarlijkse audit hetzelfde doen.

 

Het gaat snel

Veel akkerbouwers passen de principes van IPM al correct toe, maar de veranderingen op het gebied van gewasbescherming zijn ingrijpend. In snel tempo verdwijnen actieve stoffen die vervangen dienen te worden door andere middelen en werkwijzen. Tegelijkertijd maken nieuwe of bijna verdwenen gewasbelagers hun opmars (bv. knolcyperus, doornappel, coloradokever, …). De nieuwe generatie hulpmiddelen (natuurlijke of biologische middelen, stimulanten, …) zijn doorgaans minder robuust qua werking. In veel gevallen staat de nieuwe beheersingsstrategie waarin ze toegepast worden, zelfs nog niet volledig op punt. Landbouwers staan voor grote uitdagingen en kunnen dus een degelijke begeleiding en ondersteuning gebruiken.  

Met het demonstratieproject ‘IPM in de akkerbouw’ willen de praktijkcentra PCA, Inagro, KBIVB en de Hooibeekhoeve de kennis rond IPM in aardappelteelt, granen, suiker- en voederbieten aanscherpen.

Er wordt gefocust op een aantal belangrijke actuele problemen in elke teelt. Voor de teelt van suiker- en voederbieten zijn dat bladziekten en de bovengrondse plagen. Voor de teelt van granen is dat bladluizen. Voor de teelt van aardappelen zijn dat bladschimmelziekten, coloradokever, de toepassing van maleïnehydrazide, loofdoding en kiemremming. Preventie vormt het allerbelangrijkste principe in het IPM-verhaal. Landbouwers moeten er alles aan doen om problemen met ziekten en plagen vóór te zijn. Aardappelopslagbestrijding is daar een mooi voorbeeld van. Wie opslag bestrijdt, voorkomt problemen met aaltjes, plaag, coloradokever, enz.

Wie opslag bestrijdt, voorkomt problemen met aaltjes, plaag, coloradokever, enz.

 

Overzicht waarschuwingsdiensten

In de eerste plaats wil het project de landbouwers wegwijs maken in de diverse veldobservaties, waarschuwings- en vroegdiagnosesystemen die nu al bestaan in de akkerbouw. Het waarnemen en behandelen bij het overschrijden van de schadedrempel is een belangrijk onderdeel van de IPM aanpak. De daartoe beschikbare informatie en diensten zullen onder de aandacht gebracht worden. Het is de bedoeling om telers zoveel mogelijk bij de waarnemingen en waarschuwingen te betrekken.

 

Herkennen en waarnemen

Essentieel in de IPM-strategie is te kunnen inschatten of een behandeling tegen een schadelijk organisme (insect, schimmel, onkruid, …) nodig is. Daartoe moet de landbouwer ziekten en plagen (en hun symptomen) kunnen herkennen en waarnemen. Ook nuttige organismen en hun belang moeten gekend zijn. Via fiches, brochures, websites en veldbezoeken kan veel informatie gedeeld worden.

 

Eigenschappen van middelen

Indien een behandeling nodig is, zijn er vaak verschillende commerciële middelen voorhanden. In het kader van IPM is het wenselijk om producten in te zetten die zo min mogelijk schadelijke effecten hebben op de menselijke gezondheid, niet-doelwitorganismen en het milieu. Tegelijkertijd is voldoende efficiëntie een vereiste. Objectieve kennis van de eigenschappen van gewasbeschermingsmiddelen is nodig en zal op een overzichtelijke manier ter beschikking gesteld worden aan de landbouwer. Zeker de nieuwe generatie gewasbeschermingsmiddelen, al dan niet van biologische of natuurlijke oorsprong, zijn vaak minder efficiënt. De omstandigheden en het toepassingstijdstip van dergelijke middelen vragen veel meer aandacht. Niet alle telers zijn hier voldoende mee vertrouwd.

 

Economisch aspect

Geïntegreerde gewasbeschermingsmethodes moeten ook economisch duurzaam zijn. Toepassing van IPM hoeft niet noodzakelijk te leiden tot extra onkosten of verlies van opbrengst of kwaliteit.Binnen het demonstratieproject zullen er kostprijsvergelijkingen gemaakt worden tussen teelten met en zonder IPM-maatregelen.

 

Kom zeker langs!

De komende weken en maanden zullen alle aspecten van IPM uitgebreid aan bod komen tijdens diverse proefveldbezoeken in granen, aardappelen en bieten. Geïnteresseerde landbouwers zijn van harte welkom op deze fysieke of digitale bijeenkomsten. Je kan er IPM-kennis opdoen, maar ook in dialoog gaan met collega’s en voorlichters van het PCA, Inagro, KBIVB en de Hooibeekhoeve over de uitdagingen op het vlak van gewasbescherming.

 

 

Het demonstratieproject ‘IPM in de akkerbouw’ wordt uitgevoerd door PCA, Inagro, KBIVB en de Hooibeekhoeve, met de financiële steun van de Vlaamse Overheid

 

Print
Tags: