X
GO
nl-BEfr-FR
Hoeveel stikstof zit er momenteel in de bodem ?

36 Vlaamse percelen worden maandelijks opgevolgd. Klik op een perceel en klik via de gekleurde knoppen door naar de meest actuele cijfers over minerale stikstofinhoud, dierlijke bemesting en het weer op dit perceel.

ACTUEEL: Opbrengsten en N-opnames worden toegevoegd
Naarmate de resultaten binnenkomen, kan u de opbrengsten en N-opnames terugvinden in de grafiek onder de blauwe knop 'stikstof' (voorlopig beperkt tot het westelijk deel van Vlaanderen).

SEPTEMBER-NOVEMBER
Ondanks de gunstige omstandigheden voor mineralisatie tot half oktober zijn de minerale stikstofresiduen die in september en oktober werden gemeten lager dan verwacht. 

Bij aardappelen werd er vermoedelijk nog vrij lang stikstof opgenomen werd door de langer aanhoudende groei als gevolg van de latere plantdatum. Bovendien moest een klein deel van de stikstof nog vrijkomen uit het nog niet overal afgestorven loof. Op percelen waar niet meer dan 200 kg werkzame stikstof per hectare werd gegeven bleven de nitraatresiduwaarden onder de 75 kg N/ha. Op aardappelpercelen waar meer dan 200 kg werkzame stikstof per hectare werd gegeven stegen de nitraatresiduwaarden tot boven de 100 kg N/ha. Op een perceel in Horebeke werd een hoog nitraatresidu waargenomen als gevolg van de vrijstelling uit een oude weide. 

Bij mais is er wat meer variatie: we zien op vele plaatsen lage tot zelfs zeer lage waarden, gemeten voordat er sprake kon zijn van uitspoeling. Maar we zien hier en daar ook enkele uitschieters naar boven toe. Dit kan verklaard worden door de historiek van het perceel en de bemesting. Omdat er nog wat gegevens over de bemesting moeten binnenkomen, kunnen we daar nog niet echt de vinger aan de pols leggen.

Bij prei schommelen de meeste metingen rond de 100 kg N/ha. Hiervan zal zeker nog wat opgenomen zijn en worden uit de 0-30 cm laag, maar we kunnen toch wel stellen dat vanaf november door de aanhoudende regenval de uitspoeling overal gestart zal zijn. Op sommige preipercelen (zeker die met lichtere textuur) bevond zich trouwens voor november al vrij veel stikstof in de 60-90 cm laag, die eerder al uitspoelde in de natte periode in de zomer.

JULI-AUGUSTUS
Na enkele weken van relatieve droogte in juni-juli heeft de overvloedige regenval eind juli - begin augustus gezorgd voor extra mineralisatie in de bouwvoor. Dit is echter niet overal zichtbaar, enerzijds omdat er opname plaatsvond door het gewas, en anderzijds omdat op zandige bodems vermoedelijk toch wel wat minerale stikstof is uitgespoeld door de combinatie van de intense buien en de koudere temperaturen (minder evapotranspiratie). Dit kan in enkele extreme gevallen ook geleid hebben tot enig stikstoftekort voor de gewassen. Het gevolg is dat de actuele minerale stikstofvoorraden in het bodemprofiel erg variabel zijn. Op de meeste aardappel- en preipercelen is de bodemvoorraad in augustus nog voldoende tot zeer hoog. Op andere percelen, met name voor mais, vinden we eerder lage tot heel lage cijfers. Dit is eerder gunstig aangezien de stikstofopname van mais stilvalt na de bloei. 

MEI-JULI
Door bemesting is de stikstofvoorraad in de wortelzone overal aangevuld en zijn er bijna nergens tekorten voor het gewas. Uit stalmest is de stikstofvrijstelling op dit moment vooral goed zichtbaar waar deze al enige tijd terug werd ingewerkt. Waar nog niet bemest werd (met name op preipercelen) zien we een beperkte stijging van het stikstofgehalte in de bouwvoor door toedoen van mineralisatie uit organische stof. 

Door de langdurige regenval is heel wat stikstof in het voorjaar uitgespoeld tot onder de wortelzone. Op gronden met een lichte textuur is de uitspoeling intens gebeurd en vinden we in de 60-90 cm laag minder grote hoeveelheden stikstof terug. Op percelen met een zwaardere textuur is een groter deel van de naar beneden gespoelde stikstof nog steeds aanwezig in de 60-90 cm laag. Deze stikstof zal wellicht tot in het najaar in de bodem aanwezig blijven. 

MAART-APRIL
Op percelen met een zwaardere textuur is de minerale stikstofinhoud momenteel behoorlijk hoog. Met name in de laag 60-90 cm bevindt zich vrij veel (uitgezakte) stikstof. Deze stikstof is echter niet meer opneembaar voor ondiep wortelende gewassen zoals aardappelen. Op de meeste zandgronden was de nitraatuitspoeling intenser en ligt de minerale stikstofinhoud in de laag 0-90cm een stuk lager. In de bouwvoor (0-30 cm) is recent wat stikstof vrijgekomen door mineralisatie, maar ook die zal deels verder uitspoelen naar beneden. Alleen op percelen waar vorstresistente vanggewassen staan, is er voldoende opname om dit te compenseren.
 
Uitleg bij de kaart
Op bovenstaande kaart ziet u de 36 praktijkpercelen waarop de minerale stikstofinhoud van de bodem maandelijks wordt opgevolgd. De gegevens worden telkens halverwege en op het einde van de maand aangevuld met de laatste nieuwe resultaten. Als u de kaart bekijkt met uw gsm, houdt u deze best horizontaal voor een goede weergave.

U kan per praktijkperceel doorklikken naar:

  • de evolutie van de minerale stikstofinhoud in de bodem
  • de samenstelling van de toegediende dierlijke mest
  • weersgegevens van het meest nabijgelegen weerstation
    
 
 
met de financiële steun van:
 
      
Wat leren we uit het nitraatresidu van 2023 ?

Wat leren we uit het nitraatresidu van 2023 ?

woensdag 8 november 2023

PCA nam tussen begin september en half oktober verschillende grondstalen op aardappelpercelen. Algemeen waren de nitraatresiduwaarden dit jaar eerder laag, vermoedelijk doordat er nog vrij lang stikstof opgenomen werd door de langer aanhoudende groei als gevolg van de latere plantdatum. Bovendien moest een klein deel van de stikstof nog vrijkomen uit het nog niet overal afgestorven loof. 

 

Stikstofbemesting

Met name op percelen waar niet meer dan 200 kg werkzame stikstof per hectare werd gegeven bleven de nitraatresiduwaarden onder de 75 kg N/ha. Enige uitzondering daarop was een perceel gescheurd grasland waar in het najaar nog relatief veel stikstof vrijkwam uit de gescheurde graszode. Op een andere oude weide werd geen hoog residu gevonden door een aangepaste lagere bemesting van 100 kg N/ha. 
Op percelen waar meer dan 200 kg werkzame stikstof per hectare werd gegeven stegen de nitraatresiduwaarden tot boven de 100 kg N/ha. Ook onder deze percelen werd opnieuw een extreem hoog nitraatresidu waargenomen als gevolg van de vrijstelling uit een oude weide.

 

Opbrengsten en reststikstof

De opbrengsten vertoonden geen uitgesproken positief of negatief verband met de bemestingsdosis. De opbrengsten die behaald werden met een bemestingsdosis tussen 140 en 200 kg

werkzame N/ha waren bij de beste van alle opbrengsten. 
 

De boodschap is dus duidelijk: een bemesting op aardappelen met meer dan 200 kg werkzame N/ha was overbodig, resulteerde niet in meeropbrengsten en gaf een hoger nitraatresidu.
Geef bij planten dus zeker geen overdreven hoge dosis stikstof. Indien nodig kan je een kleine hoeveelheid bijgeven enkele weken na opkomst van het gewas. Om inzicht te krijgen in de stikstofinhoud in de bodem neem je best een bodemstaal kort na opkomst. Je kan ook terecht op de website van het project MiNiMax.

 

 

Op 36 percelen over heel Vlaanderen wordt ook volgend jaar maandelijks de minerale stikstofinhoud opgevolgd, zoals geïllustreerd in het voorbeeld voor Kruisem. Dit geeft je de mogelijkheid om te zien hoeveel stikstof er in de bodem aanwezig is op percelen die vergelijkbaar zijn met de jouwe.

Neem zeker een kijkje op deze pagina.

 

 

Print

Comments are only visible to subscribers.