X
GO
nl-BEfr-FR
Valplek door aardappelcystenaaltje

Valplek door aardappelcystenaaltje

vrijdag 16 juni 2017

Ook aardappelcystenaaltjes kunnen oorzaak zijn van een ijle gewasstand. Ze komen voor in ronde plekken in het veld - valplekken (zie foto boven) - en geven aanleiding tot planten met een achterblijvende groei. Bij twijfel is het aan te raden een plant voorzichtig uit te graven en de wortels te controleren op witte of gele bolletjes (zie foto onder).

Aardappelcystenaaltjes

Aardappelcystenaaltjes

Ook de stolonen (het stengeldeel waarmee de knol aan de stengel vastzit) kunnen fel bezet zijn met deze bolletjes.
Aardappelcystenaaltjes doen - in tegenstelling tot vrijlevende aaltjes - alleen schade in de teelt van aardappelen. Bintje, Challenger en Innovator zijn gevoelig voor het meest voorkomende cystenaaltje: Globodera rostochiensis. Rassen zoals Fontane zijn hiertegen resistent. Ze vermeerderen het aaltje niet, maar kunnen in geval van zware besmettingen toch lijden onder het massale aanprikken. Fontane is niet resistent tegen Globodera pallida (Innovator wel).

Klik hier voor meer info over aardappelcystenaaltjes.

 

Andere aaltjes

In lichte gronden zijn vooral vrijlevende aaltjes en wortellesieaaltjes actief. Ze veroorzaken een achterblijvende groei.
Op de ondergrondse stengeldelen zijn soms verdikte stengels, kromming en bruine lesies te zien (zie foto). Deze symptomen kunnen wijzen op een aantasting door vrijlevende aaltjes (Trichodorus sp. of Paratrichodorus sp.). Zij vormen vooral een probleem in lichte zandgronden (weinig humus).

Wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans, ...) kunnen zich ook goed vermeerderen op aardappelen en veroorzaken matige schade. In het gewas geeft het symptomen die aan aardappelmoeheid doen denken, zoals achterblijven in groei en later sluiten van het gewas. Op de wortels zijn bruine lesies te zien. De schade uit zich in verminderde opbrengst.

Het probleem met deze aaltjes is, dat zeer veel gewassen en onkruiden waardplanten zijn (mais, granen, gele mosterd, …).  In sommige gevallen krijgt Rhizoctonia de bovenhand. Ondergrondse witte stengeldelen worden door de schimmel aangetast en ingesnoerd nog voor ze aan het aardoppervlak komen. Vaak lopen scheuten onder de plaats van aantasting opnieuw uit. Deze secundaire scheuten zijn echter minder dik en zorgen voor vertraging.

 

Print

Comments are only visible to subscribers.