X
GO
nl-BEfr-FR
Actuele berichten
Aardappelen in de rij bemesten en fractioneren

Aardappelen in de rij bemesten en fractioneren

resultaten 2020

maandag 15 februari 2021

In het demoproject "Aardappelen telen binnen de restricties van MAP VI" leggen we demovelden aan. Daarop gaan we na welke strategieën je als landbouwer kan toepassen om een optimale opbrengst te realiseren binnen de voorwaarden van MAP VI. Zo  werd in 2020 in Ledegem een bemestingsproef aangelegd aan met de focus op fractioneren en bemesting in de rij.

 

Op 25 april 2020 werd op een praktijkperceel met het ras Fontane een bemestingsproef aangelegd met rijenbemesting en fractioneren als thema. 


Bodemstalen

Na een eerste bodemanalyse voor planten bleek er nog weinig stikstof aanwezig te zijn in het profiel waardoor het totale N-advies hoog lag (229 kg N/ha). Verschillende objecten kregen slechts 70% van het advies bemest ofwel vollevelds op het klaargelegde veld ofwel in de rij. Door de langdurige droogte konden de nitraatkorrels niet oplossen in de bodem en was er weinig gewasontwikkeling. 
Bij staalname 6 weken na laatste bemesting (= bij planten) werd er dan ook geen advies gegeven om nog de overige 30% bij te geven. 
Toen er eindelijk weer wat regen viel, werd beslist om op 22 juni nogmaals bodemstalen te nemen. Hieruit bleek dat er dan toch moest bijbemest worden op de veldjes waar bij planten vollevelds 70% van het advies was bemest. Dit was niet nodig bij de rijenbemesting. Om toch verschillen tussen de objecten te creëren werd op één object met rijenbemesting toch ook nog bijbemest eind juni. 
Uit de staalnames in juni bleek dat de meststofkorrels bij de vollevelds bemeste veldjes boven de poter waren blijven steken, terwijl de korrels in de rij bemest wel dicht bij de poters zaten. Bij voldoende neerslag levert dit normaal geen probleem op. Dit verklaart onder andere het verschil in advies naar al dan niet bijbemesten tweede helft juni. 

Gewasstand 

Maar ook in de gewasstand tijdens het groeiseizoen was het verschil tussen de twee manieren van bemesten zichtbaar waarbij de veldjes met rijenbemesting er beter bij stonden. Het object zonder enige stikstofbemesting stond het hele groeiseizoen het slechtst qua gewasstand. Er waren geen verschillen te zien naargelang de hoeveelheid stikstof dat gegeven werd. 
Op vlak van de afrijping waren er weinig verschillen te zien. Enkel het onbemeste object rijpte sneller af in vergelijking met de bemeste objecten. 

 

Opbrengst

Hetgeen we visueel zagen op het veld, trok zich ook verder door naar de opbrengstcijfers. De laagste opbrengst werd duidelijk gehaald bij het onbemeste object. 
Volleveldsbemesting zonder bladbemesting in juni/juli haalde ook een lagere opbrengst waarbij 100% N-advies net iets betere resultaten gaf dan slechts 70% van het N-advies. De hoogste opbrengsten waren voor het vollevelds bemeste object met bladbemesting en voor de twee objecten met rijenbemesting. Het verschil in opbrengst tussen de rijenbemesting aan 70% van het advies of 70% advies aangevuld met bladbemesting tijdens het groeiseizoen was verwaarloosbaar klein. 
Dus na rijenbemesting kon de stikstof beter benut worden door het gewas waardoor een gereduceerde stikstofdosis (-30%) zelfs voldoende was.  Door de slechtere beschikbaarheid van de volleveldsbemesting was het zinvol dat een deel van de stikstof onder de vorm van bladvoeding aan het gewas werd toegediend. 

 

Kwaliteit

De verschillen op vlak van de kwaliteit waren minimaal. Enkel bij het onderwatergewicht was het logisch dat het object zonder stikstofbemesting de hoogste score haalde (minder energie gestoken in het loof, waardoor de knolzetting net iets vroeger start met meer droge stof opbouw). 

 

Nitraatresidu

De nitraatresidu’s op het proefveld vielen allemaal goed mee met een maximum van 89 kg N/ha. Het object zonder stikstofbemesting haalde duidelijk het laagste nitraatresidu. De twee objecten met bladbemesting in juni-juli haalden de hoogste nitraatresidu’s. De extra bijbemesting was dus onvoldoende opgenomen door het gewas; alhoewel deze bladbemesting wel zinvol was naar de opbrengst toe na een volleveldsbemesting in het voorjaar.

 

Samengevat 

We kunnen stellen dat door toepassing van de basisbemesting in de rij de meststofkorrels beter geplaatst waren. De stikstof zat meteen in de wortelzone. Na de volleveldsbemesting zaten de stikstof te veel bovenaan in de rug. Door het uitblijven van voldoende neerslag kon deze stikstof niet tot in de wortelzone migreren. Het verschil naar stikstofbeschikbaarheid bleef lang zichtbaar in de gewasstand. Tweede helft juni bleek dat er stikstof tekort zat in de bodem na een volleveldsbemesting aan 70% van het advies. Bij de rijenbemesting aan 70% van het advies was geen extra stikstof meer nodig. 
De hoogste opbrengsten werden gevonden bij de objecten met rijenbemesting. Een verlaagde bemesting van 70% was voldoende. De volleveldsbemesting gefractioneerd toedienen haalde een vergelijkbare opbrengst. Enkel een basisbemesting bij planten (vollevelds) resulteerde in minder kilo’s, zeker na een gereduceerde gift.
Het nitraatresidu lag het hoogst bij de objecten met bladbemesting tijdens het groeiseizoen. Na rijenbemesting in het voorjaar was die extra bladbemesting niet nodig en ook niet gevaloriseerd in de opbrengst. Vollevelds bemesten aangevuld met nog wat bladbemesting juni-juli resulteerde tegen de verwachten in in een hoger nitraatresidu want ook de opbrengst lag hoger.
Financieel scoorde in 2020 het object met een verlaagde basisbemesting in de rij het best. Er is een besparing in de hoeveelheid meststoffen en de opbrengst lag hoger. Als we rekenen aan een kostprijs van 1€ per kg N en een verkoopsprijs van 80€ /ton aardappelen, komen we aan +400€ voor 70% rijenbemesting t.o.v. 100% advies vollevelds.

 


 

Print