X
GO
nl-BEfr-FR
Actuele berichten
Zoutbad

Zoutbad

vrijdag 14 september 2018

In seizoenen met doorwas kunnen, met name bij gevoelige cultivars, drijvers voorkomen in een partij aardappelen.

Eens de secundaire knol geen voeding meer ontvangt van bovenaf (uit het loof), kan hij de primaire knol leegzuigen. De primaire knol wordt dan glazig (te weinig zetmeel in verhouding tot water). Het aandeel glazige knollen kan gemeten worden door middel van een zoutbad. Maak zelf een zoutbad aan of breng uw stalen binnen voor analyse in Beitem of Kruishoutem.

Aardappelen die drijven in een zoutbad met dichtheid 1,06 hebben een onderwatergewicht van 285 g/5kg of lager. Doorgaans hanteert de verwerkende industrie deze grens om met voldoende kwalitatieve knollen aan de slag te kunnen gaan.
In een zoutbad met dichtheid 1.07 drijven alle knollen met een onderwatergewicht van 325 g/5kg en lager.

Partijen met drijvers bij dichtheid 1,04 houden grote risico’s in voor de bewaring. Deze drijvers kunnen in de bewaring evolueren tot waterzakken. Deze knollen gaan dan lekken en maken andere knollen nat. De bewaarbaarheid van dergelijke partijen hangt sterk af van de mogelijkheden voor ventilatie. Er moet in dat geval zeer veel drogend geventileerd worden.
Wie te maken heeft met hoge percentages drijvers, moet deze partijen af land leveren of vooraan stockeren. Dit vergemakkelijkt de opvolging en sturing en laat toe af te leveren als de situatie onhoudbaar blijkt.

Opgelet: ook secundaire knollen kunnen drijven. Deze drijven omdat ze nog té jong zijn en nog onvoldoende zetmeel opgebouwd hebben. Je kan de primaire knollen onderscheiden van secundaire door te kijken of er aan de top van de aardappel (de kant met de meeste ogen) een navel zit. Indien wel, dan heeft er op die plaats een secundaire knol aan de primaire knol vastgezeten. Met de andere navel (kant zonder ogen) zat de primaire knol vast aan de plant.

 

Print