SEARCH
 
Bewaarproblemen: controleer NU !

Bewaarproblemen: controleer NU !

vrijdag 27 oktober 2017

Er bereiken ons nogal wat meldingen van bewaarproblemen. In een aantal gevallen gaat het om ‘gekende risicopartijen’ die als gevolg van rot of doorwas alle aandacht verdienen tijdens de eerste weken/maanden van de bewaring.
Ondertussen blijken nu echter ook heel wat andere zogenaamde ‘gezonde partijen’ bewaarproblemen te vertonen. Moeilijk bewaarbare rassen zoals Fontane, Challenger, Lady Anna, … lijken dit jaar moeilijker te bewaren dan vorig jaar. Ongeveer 3 à 4 weken na de oogst worden - uit het niets - rotte knollen zichtbaar!

ADVIES
Ons advies: controleer uw aardappelen ONMIDDELLIJK. Niet alleen bovenop, maar vooral IN de partij! Ze zien er misschien goed en droog uit bovenop, maar in de partij kan het er anders uitzien. Ga frequent na of er rotte knollen bijgekomen zijn!

DE OORZAAK
De oorzaak? Die moet vooral gezocht worden bij de veldfase van de aardappelen. Daar bovenop komt het feit dat de omstandigheden voor ventilatie de voorbije weken niet bepaald schitterend waren. Wij zetten een aantal mogelijke oorzaken nog even op een rij.

WATEROVERLAST
Partijen die in september te lijden hadden onder zeer natte bodemomstandigheden (regio kust en Meetjesland) hebben - zoals verwacht - te maken met rot. Deze partijen konden - ondanks uitzieken op het veld en strenge selectie bij het rooien - niet zonder rot ingeschuurd worden. Met intensieve ventilatie wordt er alles aan gedaan om de situatie in de hand te houden.

WATERZAKKEN
Ook waterzakken waren van bij de oogst een gekend gevaar voor de bewaring. Er bleven heel wat ondermaten en waterzakken op het veld, maar in de bewaring kunnen waterzakken open barsten en buurknollen nat maken. Erge drijvers die er nu nog uitzien als een intacte knol, kunnen alsnog evolueren tot waterzak. Dit proces kan nog enkele weken doorgaan.

PLAAG
In de categorie ‘onverwacht’ zijn er veel gevallen van knolaantastingen met phytophthora (plaag). Telers zijn hier enorm door verrast, aangezien ze zeggen in het loof nooit aantasting gezien te hebben. Sinds half augustus zijn die er wel degelijk geweest als gevolg van dagelijkse infectiekansen. In een afrijpend gewas worden die echter vaak niet opgemerkt. Er is bovendien niet veel aantasting nodig om knolbesmetting te veroorzaken. Een felle bui volstaat om de sporen tot bij de knollen te doen spoelen.
Eind augustus is er veel regen gevallen en ook tussen 8 en 18 september regende het dagelijks. Plaagknollen konden vóór en tijdens de oogst al worden opgemerkt (zie nieuwsbrief 28), maar zijn in een aantal gevallen blijkbaar aan de aandacht ontsnapt.

ROOISCHADE
Een andere oorzaak van bewaarproblemen ligt bij rooischade als gevolg van een onvoldoende afgerijpt product bij oogst. Knollen die niet los komen van hun loof ondervinden heel wat belasting in de rooier. Vaak gaat het om de grove knollen. Via deze verwondingen dringen schimmels en bacteriën binnen, waarna ze een rottingsproces starten. Wie deze verwondingen in de bewaring niet meteen kan laten opdrogen en afsluiten (door drogend te ventileren), riskeert bewaarproblemen.

GROEI BLEEF DOORGAAN
Als gevolg van de droogte in juni en juli, vond de gewas- en knolgroei plaats in augustus en september. Op een moment dat de aardappelen eigenlijk hadden moeten afrijpen (eind augustus), is de groei blijven doorgaan. De knollen bleven dikken. Dit heeft geleid tot grove knollen, lagere onderwatergewichten en  popperigheid/drijvers/(eind)glazigheid.

NIET RIJP
Actieve groei zo laat op het seizoen wijst alles behalve op maturiteit of rijpheid. In tegenstelling tot vorig jaar - toen de aardappelen al weken in droge grond, afgehard lagen te wachten op goede rooiomstandigheden - hadden we nu te maken met een product dat amper velvast was. Hoge stikstofniveaus op het einde van het groeiseizoen vertragen de afrijping en hebben een negatieve invloed op de vorming van de epidermis (pel). Het zou dus kunnen dat de huid van de aardappelen dit jaar niet de structuur heeft die normaal te verwachten valt.
Bovendien waren de knollen tot bij loofdoding nog zeer actief en was hun verademing bij inschuren nog zeer groot. Ze produceerden dus nog veel warmte en vocht die ogenblikkelijk moest kunnen worden afgevoerd.
De eerst ingeschuurde aardappelen konden worden gedroogd tijdens koele nachten met minima van 8°C. Sinds 10 oktober zijn de minima eigenlijk te hoog om goed en gemakkelijk te drogen. De verademing kon niet op een lager niveau gebracht worden en de bacteriële activiteit kon in veel gevallen niet stilgelegd worden. Zelfs de kieming is al op gang gekomen.

CONTROLEER
Blijven ventileren is de boodschap! Elke rotte knol lost 100 à 200 gram water. Als deze knollen ongehinderd lekken, maken ze de buurknollen nat. Het komt er op aan dit lekvocht weg te ventileren om te voorkomen dat buurknollen aangestoken worden. Een partij van 1000 ton met 5% rot moet 50.000 liter water kwijt raken. Hier zijn veel drogende ventilatie-uren voor nodig.
Hoe? Door zoveel mogelijk met buitenlucht te drogen. Vanaf nu zal dit weer kunnen (‘s nachts 9°C of minder). Overdag - als drogen niet mogelijk is - moet er zoveel mogelijk intern geventileerd worden. Wie moet vechten tegen rot, zal de komende weken de ventilatoren dus amper uit mogen zetten.

 

Phytophthora infestans (plaag)

Phytophthora infestans (plaag)

Print
Tags: